Varkensstaart

In de werkplaats van Geert Koevoets ligt een frontpiket. Het is een circa twee meter lange ijzeren staaf die in de Eerste Wereldoorlog werd gebruikt. De frontpiket, ook wel varkensstaart genoemd, is een stuk ijzer dat aan de onderzijde een snelle spiraalvorm heeft. Zo kan de staaf in de grond worden gedraaid. Vervolgens is de vorm enkele malen omgebogen waardoor vier lussen ontstaan. In die lussen werden de bussels prikkeldraad gehangen die de loopgraven beschermden.
Koevoets is een regelmatig bezoeker van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Hij vond het oorlogstuig in de omgeving van Ieper waar het front zich jarenlang kromde rond de rivier De IJzer. De staaf heeft ondanks zijn functie en het bloed dat er aan gekleefd heeft een mooie vorm. Koevoets gebruikt de varkensstaart onder meer in ’No Man’s Land (Mesen, België)’ uit 2002. Dat werk bestaat uit een tot twee bij drie meter uitvergrote foto van een slagveld in de Vlaamse Westhoek. Door een bos lopen soldaten.
Het bos is door granaatvuur totaal verwoest. Slechts enkel zwart-geblakerde stammen staan nog overeind. Aan en naast de foto heeft Koevoets in neon uitgevoerde varkensstaarten gehangen.
Ze brengen letterlijk licht in een desolate omgeving.
Zwaar is licht geworden.
In ‘De Fluisterszaal (Paul Alverdes)’ (1999) gebeurt iets dergelijks. Gekleurde neonbuizen zijn opgehangen aan het plafond. De helgekleurde neonbuizen hebben nog de vorm van de varkensstaart. Ook de titel van het werk, dat verwijst naar het boek De Fluisterszaal van de in WO I gewond geraakte Duitse schrijver Paul Alverdes, herinnert aan de oorlog. Maar het werk zelf is licht en luchtig.
In het werk dat Koevoets maakte in opdracht van bureau Zuidema in Leusden is de frontpiket nog slechts vaag als vorm aanwezig. In het trappenhuis kronkelen drie banen van licht zich omhoog om een aluminium kolom. Het doet denken aan confetti of aan guirlandes. Nauwelijks meer aan de Eerste Wereldoorlog. Het is illustratief voor het werk van Geert Koevoets. De vorm heeft zich losgemaakt van de betekenis en is autonoom geworden.

Gerrit van den Hoven,
april 2008

 

 

Energy

Het Tilburgse atelier van Geert Koevoets oogt als een werkplaats van een smid. Overal hangen en staan metalen voorwerpen. Gereedschappen en werktafels domineren het beeld. Een tweede atelier oogt daarentegen als een werkplaats van een onderzoeker, een ruimte voor rust en contemplatie. Schetsen, tekeningen en foto’s hangen aan de wand. Tegenstellingen zijn tekenend voor het werk van Geert Koevoets. In zijn objecten en installaties maakt hij gebruik van, letterlijk, zware materialen, zoals gesmeed staal, gelooide runderhuiden en autobanden. Tegenover dit materiaalgebruik staat de lichtheid waarmee de beelden contact zoeken met de ruimte en hiermee een relatie aangaan. De tegenstelling komt ook terug in de vorm. De objecten van Koevoets kunnen steeds in verschillende vormen worden neergelegd, neergezet of opgehangen. De vorm komt voort uit een voortdurend proces; een cyclus van ontwikkeling en beweging. Resultaten die weer omgezet kunnen worden in andere verbeeldingen en dus eigenlijk nooit af zijn.

Als beeldhouwer ziet Geert Koevoets maar één opgave; betekenis geven aan de vormen. Zijn gehele oeuvre gaat over het begrip ‘energie’. De kern van het werk is dus steeds een constante. Het begrip energie kan gaan over fysieke energie, die bijvoorbeeld nodig is om ijzer heet te stoken en vervolgens te smeden of te buigen; over energie verbeeldt door de composities die de kunstenaar ontwikkelt; of over energie in symbolische zin. Steeds is de wijze waarop de tastbare, materiële vorm van een beeld een relatie aangaat met de ruimte waarin het wordt geplaatst van essentieel belang. In zijn werk wordt Koevoets gefascineerd door de grenzen die ruimte en materie stellen. Het juiste evenwicht tussen beeld en omgeving beschouwt hij als een energetisch proces, dat zowel fysiek als inhoudelijk een rol speelt bij het ontstaansproces van een werk. Voor de tentoonstelling ‘Energy’ in Pronkkamer Uden is hij in het bijzonder geïnspireerd geraakt door de specifieke ligging van de tentoonstellingsruimte in een souterrain, half verscholen onder de grond.

Een van de eerste beelden die Geert Koevoets maakte bestond uit een loden goot; voor hem een symbool van een energie-geleidend medium, dat energie laat stromen van de ene plaats naar de -andere. Ook water is een belangrijke inspiratiebron bij het maken van een aantal werken. Als je een steen in het water gooit, ontstaan er kringen die steeds wijder worden en vervolgens wegebben. Dit onderling versterken en verzwakken van golfbewegingen duidt men in de natuurkunde wel aan met het begrip interferentie. Deze pulserende beweging in het water ligt ten grondslag aan de cirkel, die als vorm frequent voorkomt in het werk van Koevoets. Als een metafoor van waterkringen smeedt Koevoets cirkels in verschillende diameters in staal, om ze vervolgens te branden in runderhuiden. Het resultaat van dit proces noemt hij een vorm van achtergebleven energie. Ook een huid is een achtergebleven vorm van energie. Een andere ontwikkeling is dat Koevoets de gesmeden ringen gebruikt als mal. De composities van deze sculpturen worden gevormd door paraffine uit te gieten over de ringen. Na het stollen houdt men de afdruk van de ringen over en is de textuur van het smeden zichtbaar. Ook worden de gesmeden ringen gebruikt als elementen om sculpturen in een ruimte te bouwen. Evenwicht en zwaartekracht spelen daarbij een grote rol.

Energie en cycli leidden bij deze sculpturen uit de jaren ’90, uitgevoerd in ijzer, neon, rubber en paraffine, tot duidelijke en formele constructies. In het meest recente werk is het inhoudelijke aspect steeds een grotere rol gaan spelen en heeft het thema ‘energie’ een meer symbolische betekenis gekregen. Twee monumentale, samengestelde beelden, No Man’s Land (2002) en Wieltje-Gravenstafel Road (2003), zijn geïnspireerd door de absurde gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in de Eerste Wereldoorlog. Sinds 1997 bezoekt Koevoets regelmatig de voormalige frontgebieden in het zuidwesten van België en noordwesten van Frankrijk. Foto’s van desolate landschappen die hij hier aantrof, heeft hij toegepast bij het samenstellen van deze werken.
In No Man’s Land, ervaren we een totaal verwoest landschap bij de grensplaats Mesen. Chaos domineert het beeld, de mens ontbreekt nagenoeg. De verwoestende werking van de oorlog is zichtbaar en voelbaar. Opvallend zijn de twee fel gekleurde neon-spiraalbuizen, gemonteerd voor het doek, die het zwart-witte beeld vlammend aanlichten. Een grotere contradictie is niet mogelijk. De vorm van deze spiraalbuizen is afgeleid van de in de voormalige frontgebieden gevonden piketstaven, waarmee linies met prikkeldraad werden afgezet. Koevoets ontdoet ze van hun oorspronkelijke betekenis en zet ze om in neon. Een sculpturale oplossing met verstrekkende gevolgen, waarmee het verwoeste landschap een vorm van nieuwe, hedendaagse energie krijgt.

Drs. Netty van de Kamp
Conservator Pronkkamer Uden
,
museum voor hedendaagse kunst
Maart 2003

 

 

Het spannendste aan de beelden van Geert Koevoets vind ik de innerlijke tegenstelling tussen de zwaarte van de materialen en de dansende lichtheid waarmee ze de ruimte in lijken te gaan of contact zoeken met de ruimte (fysiek/architectonische ruimte  -  geestelijk/kosmische ruimte).
(Overigens is die tegenstelling ook in de dans zelf aanwezig;  eigenlijk is de dans in strenge patronen en vormen vastgelegd,  patronen waarvan niemand meer weet wanneer en door wie ze zijn ontwikkeld.)
De vergelijking met de dans komt steeds weer bij me op omdat zij,  naast haar rituele karakter (de zwaartekracht die ons naar de aarde trekt en die met bewegingspatronen geprobeert wordt te bezweren),  ook vluchtig is:  de patronen en vormen komen in andere situaties weer in andere combinaties voor.
De beelden van Geert zijn zijn ook vluchtig:  gestapeld,  neergelegd of neergezet kunnen dezelfde patronen in een andere situatie weer een andere vorm aannemen.
Daarom vind ik de beelden van Geert zo belangrijk;  door dat spel met zwaar en licht herrinneren ze ons sterk aan die rituele handelingen en vormen.
Het hameren van het ijzer en de ringvorm die daardoor ontstaat zeggen zo ontzettend veel over ruimte en tijd.
"The first faint streak of  'the ring of day'  was appearing in the east,  and the clouds were beginning to catch fire,  but it was darker than ever.  The moon was set and there were no stars."  ( uit:  Fairy and Folk Tales of Ireland,  edited by W. B. Yates)

Toine Horvers
beeldend kunstenaar,  Rotterdam

 

 VOOR GEERT K.

Opwellen
in ringen hoogdrijven
het rondslaan
rondzingen
het leven laten rondgaan

Er is gesproken geslagen en voortgestuwd
met passie gejaagd
de ziel
geronnen,  stijf en hard geworden

jouw cirkels zijn zacht en bruin
uit blauw recht staal gedreven

Geert je hebt een grote neus

Jan van den Langenberg
beeldend kunstenaar,  's-Hertogenbosch

 

Hoe typeer ik Geerts werk ? In ieder geval steeds als iets dat zich verhoudt tot wat anders.  De ene eigenschap is er daarom niet zonder tegenpool:  moment versus eeuwigheid,  beweging versus stilstand,  kwetsbaar versus krachtig.  Een aantal andere kwaliteiten:  zoeken naar puurheid,  schoonheid door zuiverheid  (voor mij zijn Geerts beelden zeer esthetisch,  hoewel die esthetiek voortvloeit uit de zuiverheid van de constructie en niet door een esthetische vormgeving als nagejaagd doel).  En -niet in de laatste plaats-  zoeken naar evenwicht,  een voortdurend balanceren.
Daarmee zijn Geerts beelden bij uitstek harmonieus.  Niet in de zin van een  'permanente status'  van harmonie,  maar steeds als  'gevangen'  momenten,  kwetsbare stollingen van een voortdurend proces van beweging dat nu eens dwingt tot langdurig,  moeizaam nadenken en ontwikkelen en dan weer zijn neerslag vindt in een aantal tijdelijke 'hoogtepunten'.
Een verslaggeving van bereikt resultaat dat op haar beurt ook slechts de voorbode is van beweging van minder naar meer,  slecht naar goed,  lelijk naar mooi etc;  en dat alles natuurlijk ook andersom.
Geerts beelden zijn gevangen momenten uit dit proces.  Als verbeeldingen autonoom maar tevens geheel afhankelijk van hun context:  het voortdurend proces van zoeken naar harmonie.
Geerts beelden zijn daarmee nooit helemaal af,  hoe sterk het resultaat ook is.  Ze verwijzen steeds naar verleden en toekomst en zijn tevens een fluistering van wat nog komen gaat.

Ernest Peijnenburg
een vriend

 

Het werk van Geert Koevoets roept bij mij associaties op met een Zen-tuin.  Grote evenwichtigheid;  onopzettelijk,  zichzelf genoeg.
Geen sprake van dat poeha - kunstenaars - gedoe.
Het is prachtig gemaakt.  Iemand die zijn materialen kent.  (Ook dit staat alweer haaks op die kunstmatige  'concepten'  waar Nederland onderhand vol mee staat.)
Het werk van Koevoets maakt de geest open en helder.
Het is van een voorname elegantie.

Daan Manneke
componist