Varkensstaart In de werkplaats van Geert Koevoets ligt een frontpiket. Het is een
circa twee meter lange ijzeren staaf die in de Eerste Wereldoorlog werd
gebruikt. De frontpiket, ook wel varkensstaart genoemd, is een stuk ijzer
dat aan de onderzijde een snelle spiraalvorm heeft. Zo kan de staaf in
de grond worden gedraaid. Vervolgens is de vorm enkele malen omgebogen
waardoor vier lussen ontstaan. In die lussen werden de bussels prikkeldraad
gehangen die de loopgraven beschermden. Gerrit van den Hoven,
|
|
Energy Het Tilburgse atelier van Geert Koevoets oogt als een werkplaats van een smid. Overal hangen en staan metalen voorwerpen. Gereedschappen en werktafels domineren het beeld. Een tweede atelier oogt daarentegen als een werkplaats van een onderzoeker, een ruimte voor rust en contemplatie. Schetsen, tekeningen en foto’s hangen aan de wand. Tegenstellingen zijn tekenend voor het werk van Geert Koevoets. In zijn objecten en installaties maakt hij gebruik van, letterlijk, zware materialen, zoals gesmeed staal, gelooide runderhuiden en autobanden. Tegenover dit materiaalgebruik staat de lichtheid waarmee de beelden contact zoeken met de ruimte en hiermee een relatie aangaan. De tegenstelling komt ook terug in de vorm. De objecten van Koevoets kunnen steeds in verschillende vormen worden neergelegd, neergezet of opgehangen. De vorm komt voort uit een voortdurend proces; een cyclus van ontwikkeling en beweging. Resultaten die weer omgezet kunnen worden in andere verbeeldingen en dus eigenlijk nooit af zijn. Als beeldhouwer ziet Geert Koevoets maar één opgave; betekenis geven aan de vormen. Zijn gehele oeuvre gaat over het begrip ‘energie’. De kern van het werk is dus steeds een constante. Het begrip energie kan gaan over fysieke energie, die bijvoorbeeld nodig is om ijzer heet te stoken en vervolgens te smeden of te buigen; over energie verbeeldt door de composities die de kunstenaar ontwikkelt; of over energie in symbolische zin. Steeds is de wijze waarop de tastbare, materiële vorm van een beeld een relatie aangaat met de ruimte waarin het wordt geplaatst van essentieel belang. In zijn werk wordt Koevoets gefascineerd door de grenzen die ruimte en materie stellen. Het juiste evenwicht tussen beeld en omgeving beschouwt hij als een energetisch proces, dat zowel fysiek als inhoudelijk een rol speelt bij het ontstaansproces van een werk. Voor de tentoonstelling ‘Energy’ in Pronkkamer Uden is hij in het bijzonder geïnspireerd geraakt door de specifieke ligging van de tentoonstellingsruimte in een souterrain, half verscholen onder de grond. Een van de eerste beelden die Geert Koevoets maakte bestond uit een loden goot; voor hem een symbool van een energie-geleidend medium, dat energie laat stromen van de ene plaats naar de -andere. Ook water is een belangrijke inspiratiebron bij het maken van een aantal werken. Als je een steen in het water gooit, ontstaan er kringen die steeds wijder worden en vervolgens wegebben. Dit onderling versterken en verzwakken van golfbewegingen duidt men in de natuurkunde wel aan met het begrip interferentie. Deze pulserende beweging in het water ligt ten grondslag aan de cirkel, die als vorm frequent voorkomt in het werk van Koevoets. Als een metafoor van waterkringen smeedt Koevoets cirkels in verschillende diameters in staal, om ze vervolgens te branden in runderhuiden. Het resultaat van dit proces noemt hij een vorm van achtergebleven energie. Ook een huid is een achtergebleven vorm van energie. Een andere ontwikkeling is dat Koevoets de gesmeden ringen gebruikt als mal. De composities van deze sculpturen worden gevormd door paraffine uit te gieten over de ringen. Na het stollen houdt men de afdruk van de ringen over en is de textuur van het smeden zichtbaar. Ook worden de gesmeden ringen gebruikt als elementen om sculpturen in een ruimte te bouwen. Evenwicht en zwaartekracht spelen daarbij een grote rol. Energie en cycli leidden bij deze sculpturen uit de jaren ’90,
uitgevoerd in ijzer, neon, rubber en paraffine, tot duidelijke en formele
constructies. In het meest recente werk is het inhoudelijke aspect steeds
een grotere rol gaan spelen en heeft het thema ‘energie’ een
meer symbolische betekenis gekregen. Twee monumentale, samengestelde
beelden, No Man’s Land (2002) en Wieltje-Gravenstafel Road (2003),
zijn geïnspireerd door de absurde gebeurtenissen die zich hebben
afgespeeld in de Eerste Wereldoorlog. Sinds 1997 bezoekt Koevoets regelmatig
de voormalige frontgebieden in het zuidwesten van België en noordwesten
van Frankrijk. Foto’s van desolate landschappen die hij hier aantrof,
heeft hij toegepast bij het samenstellen van deze werken. Drs. Netty van de Kamp
|
Het
spannendste aan de beelden van Geert Koevoets vind ik de innerlijke
tegenstelling tussen de zwaarte van de materialen en de dansende lichtheid
waarmee ze de ruimte in lijken te gaan of contact zoeken met de ruimte
(fysiek/architectonische ruimte - geestelijk/kosmische
ruimte). Toine Horvers
|
|
VOOR GEERT K. Opwellen Er is gesproken geslagen en voortgestuwd jouw cirkels zijn zacht en bruin Geert je hebt een grote neus Jan van den Langenberg
|
Hoe typeer ik Geerts werk ? In ieder geval steeds als iets dat zich verhoudt tot wat anders. De ene eigenschap is er daarom niet zonder tegenpool: moment versus eeuwigheid, beweging versus stilstand, kwetsbaar versus krachtig. Een aantal andere kwaliteiten: zoeken naar puurheid, schoonheid door zuiverheid (voor mij zijn Geerts beelden zeer esthetisch, hoewel die esthetiek voortvloeit uit de zuiverheid van de constructie en niet door een esthetische vormgeving als nagejaagd doel). En -niet in de laatste plaats- zoeken naar evenwicht, een voortdurend balanceren. Ernest Peijnenburg
|
Het werk van Geert Koevoets roept bij mij associaties op met een Zen-tuin. Grote evenwichtigheid; onopzettelijk, zichzelf genoeg. Daan Manneke
|